AUTISME IN EVOLUTIE IN BBO TIO – Een zorgzame cirkel BBO is een school voor buitengewoon onderwijs OV3, geïntegreerd in campus TIO.  OV3 betekent dat wij opleiden tot een zelfstandig leven en een ‘gewone’ tewerkstelling.   Steeds meer van onze leerlingen hebben een diagnose binnen het autismespectrum. Autisme kan je voorstellen als een ijsberg.  Het topje van de berg is vaak het opvallende gedrag dat we zien en dat voortvloeit uit een heel andere manier van waarnemen en denken.  Ook op sociaal gebied loopt het hierdoor vaak moeilijk.   Dit heeft heel wat consequenties voor de manier waarop deze leerlingen leren en voor hun ‘schoolgaan’ in het algemeen.  Als school moeten wij er aandacht voor hebben dat deze leerlingen ‘andereondersteuning nodig hebben om onze doelstelling ‘gewoon leven en werken’ te bereiken.   Onze school heeft de laatste jaren een hele weg afgelegd in de ontwikkeling van deze ‘ondersteuning’. Hierbij hebben wij zeer veel geleerd van onze leerlingen met autisme en hun ouders.  Tijd om even terug te kijken en de weg voor onze vervolgreis te bepalen.  We nemen jullie mee…    De overgang van lager naar secundair onderwijs is voor alle jongeren een grote stap.  Iets bekends wordt doorbroken door iets onvoorspelbaars: een nieuwe omgeving, nieuwe gezichten en andere regels om je aan te houden….  Dat is lastig, en zeker voor personen met autisme, voor wie hun houvast wegvalt.   We vinden het dan ook heel belangrijk dat deze overgang van onze jongeren zorgzaam en met de nodige aandacht gebeurt. Eind augustus brengen wij aan alle nieuwe leerlingen een huisbezoek.  Zo kunnen wij 1 september voorbereiden met de leerling en een uitgebreid gesprek voeren met de ouders.  Als onderdeel van een uitgebreid beeldvormingsproces brengen wij in de loop van september een extra bezoek aan de ouders van leerlingen met autisme.  Deze intake bestaat uit: diagnose, zelfredzaamheid, vrije tijd, sociale vaardigheden, communicatievaardigheden, verbeelding, stereotiep gedrag, sensorische gevoeligheden en moeilijke momenten.  We hebben ook steeds een gesprek met de leerkracht uit het basisonderwijs ten einde onze beeldvorming te vervolledigen en de overgang soepel te maken.   Toen we enkele jaren geleden steeds meer leerlingen met autisme inschreven, kozen we ervoor om leerlingen met autisme uit het eerste jaar steeds bij dezelfde juf in de klas te zetten.  Deze juf zorgt door haar aanpak voor een gestructureerde omgeving.  Onze 1A-klas is op die manier een klas met extra aandacht geworden.  Het gaat hier echter niet over een klasje dat exclusief bedoeld is voor leerlingen met een diagnose ASS.  De juf die hieraan theorie geeft, houdt wel sterk rekening met de behoeftes van deze leerlingen.  Maar ook al is er soms geen duidelijke diagnose, toch zijn er nog wel leerlingen die gelijkaardige behoeftes hebben.  Na het observatiejaar kiezen onze leerlingen een richting.  Het is dan niet meer mogelijk om een louter ASS-klas aan te bieden.  Vanaf het tweede jaar zitten leerlingen samen met jongens en meisjes die dezelfde richting kiezen.  Wij zijn trots op deze geïntegreerde autiwerkingwaarbij leerlingen met autisme de best mogelijke kansen krijgen om zich, elk op hun manier, te ontwikkelen.    Bovendien bevinden wij ons als (kleinere) school voor buitengewoon onderwijs op een (grote) campus met TSO-BSO onderwijs.  Speelplaats, eetzaal en turnzaal zijn enkele plaatsen waar we ‘samen’komen.  Dit veronderstelt een aantal extra aandachtspunten maar geeft ook extra kansen.    Zo is de speelplaats soms een lastige omgeving voor personen met autisme.  We zien vaak dat precies deze leerlingen het moeilijk hebben met drukke, onoverzichtelijke  omgevingen.  Bovendien is het ook helemaal niet zo duidelijk wat je op een speelplaats hoort te doen.  Dit bracht ons er enkele jaren geleden toe om een alternatief te voorzien. Aanvankelijk werden enkele leerlingen opgevangen in het computerlokaal.  Ondertussen beschikken we over een ruim lokaal met verschillende ontspanningsmogelijkheden, waar een vaste leerkracht toezicht houdt, die voor veel leerlingen hun vertrouwenspersoon is geworden.  Hoewel de oprichting van zo’n lokaal ingegeven is vanuit de moeilijkheden die leerlingen met autisme ervaren tijdens de pauzes, staat het open voor alle leerlingen die hier nood aan hebben.  We houden wel een maximum aan van 10 leerlingen, zodat we de rust kunnen bewaren.    Bovenstaande voorbeelden ontwikkelden zich naarmate meer en meer leerlingen met autisme voor onze school kozen.  Sinds het schooljaar 2008-2009 heeft onze school bovendien een halftijdse interne begeleider autisme.  Dit project werd door de overheid voor 3 schooljaren goedgekeurd en loopt dit schooljaar af.  Hierdoor kreeg het autismebeleid op onze school een boost en kan er gewerkt worden aan een optimalisering van de aandacht voor leerlingen met autisme doorheen de hele schoolloopbaan.   De eerste activiteit van deze interne begeleider bestond uit het opmaken van een ‘stand van zaken’ ivm het autisme-beleid.  Dit gebeurde door met leerkrachten én ouders in gesprek te gaan.  Hieruit bleek dat ouders heel tevreden zijn over de manier waarop er met hun zoon/dochter wordt gewerkt.  Desondanks bleek ook dat leerkrachten toch nog met een aantal vragen zaten over zowel autisme en een goede manier om hiermee om te gaan als over de mogelijkheden voor een ‘gewone’ tewerkstelling.     Om de werking ook na dit tijdelijke project te garanderen, werden zoveel mogelijk mensen betrokken. Tijdens het eerste projectjaar werd er een auti-werkgroep opgestart.  15 leerkrachten komen 4 keer per jaar samen om heel specifiek na te denken over hoe onze school autisme-vriendelijker gemaakt kan worden. Hierbij kwam tijdens het tweede projectjaar ook een kernautiteam, bestaande uit vier personen (leerkracht uit 1A, GASV/GOK-coördinator, contactpersoon CLB en Interne begeleider autisme  dat 3-wekelijks samenkomt.  Deze groep optimaliseerde het intakebeleid en de beeldvorming.  Zij werken aan een soort geschreven foto van elke leerling, die jaarlijks aangepast wordt.  Hierdoor zou elke leerkracht snel een beeld moeten kunnen krijgen over de betreffende leerling: zijn mogelijkheden en beperkingen en de manier waarop er best met hem omgegaan wordt.   Dit jaar staat het werken aan een eenduidige visie waar iedereen kan achterstaan en die duidelijk communiceerbaar is, voorop. Zo kunnen wij ons als school ook duidelijker profileren.  Het aanvragen van een autivriendelijk logo bij ‘Autisme Centraal’ zal hier onder andere een element van zijn.  Leerlingen met autisme zitten vanaf het tweede jaar verspreid over de verschillende klasgroepen. Hierdoor kan het zijn dat leerkrachten het ene jaar meerdere leerlingen met autisme in de klas hebben en het volgende jaar misschien geen enkele.  Omdat kennis over autisme essentieel is voor het correct begrijpen van leerlingen met autisme, is frequente bijscholing voor alle leerkrachten noodzakelijk.  Ook hierin werd de afgelopen jaren geïnvesteerd.  Vorig schooljaar volgde 11 leerkrachten 1 of meerder bijscholingen ivm autisme.  De kennis die zo werd opgedaan werd uitgewisseld tijdens het laatste groot autiteam.  Hiernaast werd de afgelopen jaren telkens 1 info- of inleefavond voor alle leerkrachten georganiseerd.   De complexiteit van het autistische denken veronderstelt samenwerking tussen de verschillende disciplines die binnen onze school samenwerken.  Overleg tussen betrokken leerkrachten, leerlingenbegeleiding, paramedici, CLB, externe hulpverlening en vooral de ouders, is essentieel om de ingewikkelde puzzel van het autistische denken samen te leggen en te komen tot een aanpak die voor de betreffende leerling optimaal leren mogelijk maakt.   Deze samenwerking moet zich op het einde van de schoolloopbaan ook richten op de verdere levensloop van de leerling.  Leerlingen met autisme vragen een andere stagevoorbereiding.  Het is belangrijk dat de stageplaats toch iets over de eigenheid van de leerling met autisme weet.  Soms is ook begeleiding nodig naar tewerkstelling. Opdat dit niet van nul moet starten hebben wij ook oog voor een zorgzame overdracht naar deze volgende levensfase.  En zo is de cirkel rond….